Wat is het energielabel?
Het energielabel geeft aan hoe energiezuinig een woning is op een schaal van A++++ (zeer zuinig) tot G (zeer onzuinig). Sinds 2015 is het verplicht om bij de verkoop van een woning een geldig energielabel te hebben. Het label is gebaseerd op kenmerken als de isolatie van muren, dak en vloer, het type glas, de verwarmingsinstallatie en eventueel aanwezige zonnepanelen. Een woning met een gunstig energielabel heeft lagere energiekosten en een kleinere ecologische voetafdruk.
Het energielabel heeft steeds meer invloed op de woningwaarde. Woningen met een goed energielabel (A of hoger) worden sneller verkocht en brengen gemiddeld meer op dan vergelijkbare woningen met een slecht label. Dit komt doordat kopers steeds bewuster zijn van energiekosten en duurzaamheid. Bovendien stellen hypotheekverstrekkers steeds vaker gunstigere voorwaarden voor energiezuinige woningen, zoals een hogere maximale hypotheek of een rentekorting.
Energielabel en je maximale hypotheek
Bij het bepalen van de maximale hypotheek mogen geldverstrekkers rekening houden met de energiezuinigheid van de woning. Voor woningen met een energielabel A++ of beter mag er meer worden geleend, omdat de lagere energielasten betekenen dat er meer ruimte overblijft voor woonlasten. Dit kan oplopen tot enkele duizenden euro's extra leenruimte. Omgekeerd kunnen woningen met een slecht energielabel je leenmogelijkheden beperken, omdat de hogere energiekosten zwaarder drukken op je maandelijkse uitgaven.
Daarnaast bieden steeds meer geldverstrekkers een duurzaamheidshypotheek of energiebespaarhypotheek aan. Hiermee kun je extra geld lenen bovenop de woningwaarde om energiebesparende maatregelen te financieren, zoals het plaatsen van isolatie, een warmtepomp of zonnepanelen. De gedachte is dat de besparing op energiekosten de extra hypotheeklasten compenseert. Dit kan een interessante optie zijn als je een woning met een lager energielabel koopt die je na aankoop wilt verduurzamen.
Waar let je op bij het energielabel?
Het energielabel is een nuttige indicator, maar het vertelt niet het hele verhaal. Een woning met label C kan slechts een paar maatregelen verwijderd zijn van label A, terwijl een andere woning met hetzelfde label grote investeringen nodig heeft. Kijk daarom niet alleen naar de letter, maar ook naar de onderliggende maatregelen. Welke isolatie is er al aanwezig? Wat voor type verwarming heeft de woning? Is er dubbelglas of HR++ glas? Zijn er zonnepanelen? De details achter het label geven je een beter beeld van de werkelijke energieprestatie en de investeringen die nodig zijn om de woning verder te verduurzamen.
Vraag bij de bezichtiging naar de energierekening van de huidige bewoners. Dit geeft een concreet beeld van de werkelijke energiekosten. Houd er wel rekening mee dat energiekosten afhangen van het gebruikspatroon: een gezin met vier personen verbruikt meer dan een alleenstaande. Kijk ook naar de gasmeter: een hoog gasverbruik kan wijzen op slechte isolatie of een verouderde cv-ketel. Een woning die al gasloos is of eenvoudig van het gas af kan, is toekomstbestendiger en kan op termijn lagere energiekosten hebben.
Verduurzamen na aankoop
Als je een woning koopt met een lager energielabel, is het verstandig om een verduurzamingsplan op te stellen. Prioriteer maatregelen met de beste verhouding tussen investering en besparing. Dakisolatie en vloerisolatie zijn relatief goedkoop en leveren direct besparing op. Spouwmuurisolatie is bij veel woningen eenvoudig aan te brengen. Het vervangen van enkelglas door HR++ glas maakt een groot verschil in comfort en energieverbruik. Een warmtepomp is een grotere investering maar verlaagt de afhankelijkheid van gas aanzienlijk.
Voor veel verduurzamingsmaatregelen zijn subsidies beschikbaar via de overheid. De ISDE-regeling (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) biedt subsidie voor warmtepompen, zonneboilers en isolatiemaatregelen. Informeer bij je gemeente naar aanvullende lokale subsidies. Door slim gebruik te maken van subsidies en een energiebespaarhypotheek kun je de kosten van verduurzaming beperkt houden en tegelijkertijd je wooncomfort en de waarde van je woning verhogen.